Algemeen

Lange tijd werd delirium, vooral op de Intensive Care (IC), gezien als een onvermijdelijk bijproduct van sepsis en ernstige ziekte. Vroeger werd delirium met andere termen aangeduid, zoals ‘IC-psychose’ of ‘IC-syndroom’, acuut brein falen of septische encefalopathie. Delirium werd meer beschouwd als een gevolg van het verblijf op de IC dan als het directe gevolg van ernstige ziekte. De algemene opvatting was dat een delirium niet levensbedreigend was, en dat een delirium altijd volledig reversibel zou zijn bij verbetering van de lichamelijke aandoening, wat niet juist is.
De focus van deliriumonderzoek is de laatste jaren steeds meer gericht op de medicamenteuze en niet-medicamenteuze strategieën om delirium te voorkomen en de duur van delirium te verkorten. De ontwikkeling van valide meetinstrumenten heeft geleid tot een betere herkenning van delirium, maar alsnog wordt delirium niet altijd herkend. Op dit moment wordt delirium vooral in verband gebracht met slechte uitkomsten voor de patiënt.   Het doormaken van delirium hangt samen met een verhoogd overlijdensrisico, geheugen- en denkstoornissen en een verminderde algemene conditie.

Definitie en frequentie

Volgens de DSM-IV-criteria wordt delirium gedefinieerd als een acute bewustzijnsstoornis, die gekenmerkt wordt door aandachtstekort, verandering in cognitieve functies en ongeorganiseerd denken, en die zich in korte tijd ontwikkelt.

Delirium kan hyperactief zijn, gekenmerkt door agitatie en emotionele labiliteit, of hypoactief zijn, gekenmerkt door apathie en verminderd reactievermogen, of een gemengde vorm. Op de IC komt de hypoactieve vorm het meest voor onder delirante patiënten, terwijl de zuiver hyperactieve vorm minder gezien wordt. Ook al is de hyperactieve vorm van delirium het makkelijkst te herkennen, een zuiver hyperactief delirium (zonder hypoactieve perioden) komt slechts bij 5% van de delirante patiënten op de IC voor. Juist de hypoactieve vorm, die het meest voorkomt, wordt niet goed herkend door de professionals op de IC.

De incidentie van delirium varieert tussen de 16 en 89% afhankelijk van de gebruikte protocollen en de populatie IC patiënten. Indien systematische screening op delirium plaatsvindt is het percentage van delirium incidentie bij beademde patiënten tussen 60 tot 80% en bij niet beademde patiënten tussen 40 tot 60%.

Etiologie

Risicofactoren voor het ontwikkelen van delirium op de IC afdelingen zijn eerder in de literatuur beschreven. In grote lijnen kunnen de risicofactoren in 3 categorieën onderverdeeld worden:
  1.  De kenmerken van de acute ziekte zelf;
  2.  Patiënt factoren;
  3.  Milieu-of iatrogene factoren.
Ondanks verbeterde diagnose, screening en behandeling van delirium, is de pathofysiologie van delirium niet volledig opgehelderd. Delirium zou het gevolg zijn van een daling van acetylcholine en verhoging van dopamine in de hersenen, maar ook vele andere neurotransmitter stoornissen zouden kunnen bijdragen. Andere bijdragende factoren zijn hypoxie, ontsteking (gerelateerd aan SIRS of sepsis) en toxische of metabole stoornissen.

De etiologie van delirium bij IC-patiënten wordt meestal als multifactorieel beschouwd, wat van groot belang is bij het voorkomen en behandelen van delirium. Waarschijnlijk volstaat het dus niet om één ding te doen, maar zijn meerdere gelijktijdige interventies nodig voor preventie en behandeling. Bij het indelen van de risicofactoren is het van praktisch belang om deze in te delen in niet beïnvloedbaar en potentieel beïnvloedbaar. Voorbeelden van niet beïnvloedbare factoren zijn: leeftijd, comorbiditeit, dementie, en vasculaire ziektes. Voorbeelden van potentieel beïnvloedbare factoren zijn: sedatie en of analgesie, infectie, pijn, metabole stoornissen, slaapdeprivatie en vele andere.

Meer informatie over de screening van delirium is onder het kopje Delirium Screening op deze website te vinden.


Deliriummanagement

Er wordt op deliriummanagement ingegaan onder het kopje Deliriummanagement.