EuRIDICE/haloperidol onderzoek

Effectiviteit van haloperidol voor de behandeling van acute verwardheid (delirium) bij ernstig zieke patiënten
Efficacy of halopeRIdol to decrease the burden of Delirium In adult Critically ill patiEnts (EuRIDICE): a prospective randomised multi-center double-blind placebo-controlled clinical trial”

 

 

Doel van het onderzoek

Tijdens opname op de Intensive Care loopt een patiënt de kans (ongeveer 30%) om tijdens opname een delirium (plots optredende verwardheid) te ontwikkelen.  Het doel van dit onderzoek is uitzoeken hoe veilig en werkzaam het middel haloperidol is voor de behandeling van acute verwardheid (delirium) bij patiënten die opgenomen zijn op de Intensive Care (IC). Haloperidol wordt al lang en veel gebruikt voor de behandeling van delirium bij IC patiënten. Echter, of haloperidol delirium kan verminderen als het eenmaal is opgetreden, is nooit goed onderzocht. De effecten van haloperidol vergelijken we daarom met een placebo. Een placebo is een middel zonder werkzame stof, een ‘nepmiddel’. 
 

 

Achtergrond van het onderzoek

Delirium (plots optredende verwardheid) is een veel voorkomend probleem bij patiënten op een IC. Het doormaken van delirium hangt samen met een verhoogd overlijdensrisico, geheugen- en denkstoornissen en een verminderde algemene conditie bij patiënten die de IC weer verlaten. Een veelgebruikt medicijn voor de behandeling van delirium bij patiënten op de IC is haloperidol. Dit middel kan een gunstig effect hebben bij plots optredende onrust en waandenkbeelden (hallucinaties), die vaak vóórkomen bij een delirium, maar kan ook bijwerkingen hebben. De voor- en nadelen van behandeling met haloperidol zijn nooit goed onderzocht in een zogenaamde lotingsstudie.

Dit onderzoek is opgezet door het Erasmus MC Rotterdam en wordt gedaan door artsen en verpleegkundigen in verschillende ziekenhuizen in de regio Rotterdam. Voor dit onderzoek zijn in totaal 742 proefpersonen uit verschillende ziekenhuizen in de regio Rotterdam nodig. 

De medisch ethische toetsingscommissie van het Erasmus MC heeft dit onderzoek goedgekeurd. Algemene informatie over de toetsing van onderzoek vindt u in de
brochure ‘Medisch-wetenschappelijk onderzoek: algemene informatie voor de proefpersoon’.
 

 

Opzet van het onderzoek

Geschiktheidsonderzoek
Bij alle patiënten die worden opgenomen op de IC, wordt bekeken of zij mee kunnen doen aan het onderzoek. Om te bepalen of een patiënt mee kan doen, wordt onder andere gevraagd naar mogelijke geheugenklachten vóór opname op de IC. Bij mogelijkheid tot zwangerschap wordt er een zwangerschapstest gedaan. Als de patiënt geheugenklachten heeft waar verder onderzoek voor nodig is of als de patiënt zwanger is, wordt dit verteld. De patiënt mag dan niet meedoen aan het onderzoek. Als de patiënt niet wil weten of zij zwanger is (als dit van toepassing is), kan zij niet meedoen aan dit onderzoek.

Behandeling
Als er toestemming is om mee te doen aan dit onderzoek en de patiënt tijdens opname op de IC een delirium ontwikkelt, wordt er gestart met studiemedicatie. We behandelen maximaal 2 weken met studiemiddelen. De helft van de proefpersonen krijgt het werkzame middel (haloperidol), de andere helft het nepmiddel (placebo). Loting bepaalt of er haloperidol of placebo gegeven wordt. De patiënt, zijn/haar naaste of familielid en alle zorgverleners, zoals verpleegkundigen en de onderzoeker, weten niet in welke groep de patiënt zit. Als het voor de gezondheid noodzakelijk is, kan dit wel worden opgezocht.
Algemene informatie hierover vindt u in de brochure ‘Medisch-wetenschappelijk onderzoek: algemene informatie voor de proefpersoon’.

Bezoeken en metingen
De eerste twee weken zullen gegevens worden verzameld voor het onderzoek. 
Voor het onderzoek is het nodig dat de patiënt na ontslag twee keer in 12 maanden naar het ziekenhuis komt om nauwkeurig te testen of er geheugen- en denkstoornissen zijn. Een bezoek duurt ongeveer 1,5 uur. Indien het lastig is om een bezoek aan het ziekenhuis te brengen zullen wij zoveel als mogelijk proberen aan huis te komen voor de testen. Ook worden er na ontslag uit het ziekenhuis, na 1, 3, 6 en 12 maanden na de IC opname vragenlijsten toegestuurd per post. De vragen gaan over ervaringen met en herinneringen aan het delirium en IC opname, hoe fit de patiënt is en welke lichamelijke beperkingen er eventueel zijn. Ook wordt aan de naaste of familielid vragenlijsten opgestuurd die vragen hoe zij het delirium ervaren hebben en hoe zij het ervaren om voor de patiënt te zorgen.

Anders dan bij gebruikelijke zorg
Bij meedoen aan het onderzoek wordt er geloot en krijgt de patiënt òf haloperidol òf geen haloperidol, maar andere middelen. Deze andere middelen dan haloperidol worden al standaard op de IC gebruikt en zijn ook effectief tegen de klachten passend bij delirium (zoals ernstige onrust of waandenkbeelden of hallucinaties – d.w.z. dingen zien die er niet zijn, wat soms beangstigend is). Na de opname op de IC is de controle uitgebreider, omdat de testen van geheugen en fitheid niet standaard zijn. De overige behandeling is gelijk tussen beide groepen.
Als er niet wordt deelgenomen aan de studie, wordt routine medicatie gegeven en in de deelnemende ziekenhuizen is dat meestal de behandeling met haloperidol.

 

 

Mogelijke bijwerkingen/complicaties

Haloperidol kan bijwerkingen/nadelige effecten geven. 
De meest voorkomende nadelen van haloperidol:
- Vertraging van de zenuwgeleiding in het hart, waardoor hartritmestoornissen kunnen optreden
- Spierstijfheid
- Enige sufheid
- Milde daling van de bloeddruk

Zeldzame
bijwerkingen zijn:
- Spierafbraak en hoge koorts (zogenoemd “maligne neuroleptica syndroom”)
- Ernstige hartritmestoornissen waarbij het hart (tijdelijk) kan stilstaan.

De onderzoekers achten de kans op onbekende nadelige effecten/bijwerkingen van haloperidol vrijwel uitgesloten, omdat haloperidol al lang en veel gebruikt wordt en alle bijwerkingen van dit medicijn goed bekend zijn.

Ook het
niet krijgen van haloperidol (placebo) zou nadelige effecten kunnen hebben.  
De mogelijke nadelen van het niet geven van haloperidol zijn:
- Vaker onrust
- Vaker waandenkbeelden
Wanneer er sprake is van onrust of last van waandenkbeelden bij een delirium, kunnen er andere medicijnen gegeven worden die ook goed werken tegen onrust en waandenkbeelden. De bijwerkingen van deze andere medicijnen zijn bekend en meestal mild, waaronder vertraging van het hartritme en bloeddrukdaling.

Metingen
De controles tijdens opname op de IC komen overeen met de normale praktijk en vormen geen extra belasting. Na ontslag wordt gevraagd om vragenlijsten in te vullen en worden er op een ziekenhuisbezoek of in de thuissituatie testen afgenomen. Deze testen zijn niet pijnlijk.

 

 

Verdere informatie

Meer informatie over het onderzoek kunt u opvragen bij Dr. M. van der Jagt (hoofdonderzoeker), L. Smit (arts-onderzoeker), of de lokale onderzoekers van het ziekenhuis.